Vaccineren op maat.

De wetenschap staat nooit stil en door de jaren heen is er veel nieuwe kennis opgedaan, maar ook veel oude kennis herzien. Met betrekking tot het vaccinatiebeleid zoals dat jarenlang gebruikelijk was zijn de inzichten in de afgelopen jaren wel wat veranderd.
Tot voor kort was het gebruikelijk om pups en honden volgens een bepaald vast schema te vaccineren. Pups werden met 6, 9 en 12 weken gevaccineerd, en dan werd vaccinatie vervolgens jaarlijks herhaald door middel van de cocktail. Deze cocktail bestond uit de DHP (distemper, hepatitis en parvo), vaak kennelhoest en een enting tegen de ziekte van Weil. Sommige honden kregen daarnaast dan ook nog een vaccinatie tegen rabiës.

Tegenwoordig zijn de inzichten wat veranderd en er is al lang wetenschappelijk aangetoond dat entingen helemaal niet allemaal jaarlijks herhaald hoeven te worden. De cocktail wordt tegenwoordig nog maar om de drie jaar gegeven, en ook de rabiësvaccinatie hoeft nog maar eens in de drie jaar gegeven te worden. De enige jaarlijks te herhalen vaccinatie is die tegen leptospirose, ook wel bekend als de ziekte van Weil.

Wat is het belang van vaccineren?
Over vaccinaties of inenten is de laatste paar jaar een heleboel te doen, er verschijnen meer en meer berichten dat vaccineren niet alleen maar positieve kanten heeft. Daarnaast wordt ook steeds vaker duidelijk dat de werkzaamheid van bepaalde vaccinaties veel langer blijkt te zijn dan vroeger werd aangenomen. Laat ik voorop stellen: het is goed dat vaccinaties bestaan, dankzij vaccinaties zijn bepaalde ziektes namelijk zo goed als verdwenen. Maar toch is het goed om je te realiseren dat er ook een andere kant zit aan vaccineren.
Het is dankzij vaccinaties dat bepaalde ziektes zeldzaam zijn geworden in Nederland, maar juist omdát ze zo zeldzaam zijn geworden komen honden er ook weinig meer mee in aanraking waardoor ze eigenlijk niet meer de kans krijgen “in het veld” zelfstandig immuniteit op te bouwen. Dat maakt honden kwetsbaar, omdat ze daardoor min of meer afhankelijk worden van vaccinaties om toch antilichamen aan te kunnen gaan maken tegen iets dat nauwelijks meer een bedreiging vormt vanwege de zeldzaamheid er van.
Het klinkt een beetje raar, maar in feite maakt het succesverhaal van vaccineren de noodzaak tot vaccineren steeds groter. Dat is een rare kunstmatige situatie en helemaal onschuldig is dat ook niet. Zeker nu is aangetoond dat bepaalde vaccinaties helemaal niet meer zo vaak hoeven te worden gegeven zoals vroeger de gewoonte was, is het vrij duidelijk dat er jarenlang onnodig veel gevaccineerd werd.

Wat is dan het risico van vaccineren?
Iedere vaccinatie geeft het immuunsysteem van je hond een zet. Dit is nodig zodat het lichaam antilichamen gaat aanmaken tegen ziekmakers. Vaccinaties bevatten soms verzwakte of dode ziekteverwekkers. Die maken de hond dan niet meer ziek, of soms heel mild, maar zorgen wel dat het immuunsysteem van de hond antilichamen aan gaat maken, en daar was het precies om begonnen.

Doordat het immuunsysteem echter iedere keer op een onnatuurlijke wijze die zet krijgt vormen vaccinaties ook een belasting voor het lichaam. Zeker bij de grote cocktail wordt tegen meerdere ziekmakers tegelijk geënt: distemper, hepatitis, parvo, eventueel kennelhoest én enting tegen de ziekte van Weil. Hierdoor krijgt het lichaam van de hond in één keer nogal wat te verwerken. De meeste honden hebben hier gelukkig geen last van, sommige honden zijn een dag of wat een beetje mat, maar er zijn ook honden die hier werkelijk ziek van worden. Het zijn daarbij niet zozeer de vaccins waar de hond slecht op reageert, maar de hulpstoffen in die vaccins. In sommige gevallen wordt dit pas veel later zichtbaar, waardoor een verband met de vaccinaties vaak moeilijk meer aangetoond worden. Auto-immuunziekten en allergieën worden in dit verband nogal eens genoemd. De huidige enting tegen Leptospirose (De L4) is wat dat aangaat wereldwijd nogal omstreden.
Gelukkig bestaat in Nederland de mogelijkheid om op maat te vaccineren. Hier komt steeds meer aandacht voor en daardoor neemt ook de vraag naar de mogelijkheid om op maat te vaccineren toe.

Wat is vaccineren op maat?
Bij vaccineren op maat wordt gewerkt met een zogenaamde titerbepaling. Er wordt bij de hond een klein beetje bloed afgenomen, en vervolgens wordt er gecheckt in hoeverre de hond beschikt over antilichamen tegen distemper, hepatitis en parvo. Dit zijn de drie vaccins die in de DHP-cocktail zitten. De hoeveelheid antilichamen wordt weergegeven op een stripje met vier stippen. De bovenste is de controlestip, de stippen er onder geven hepatitis, parvo en distemper weer. Wanneer de titerbepaling aantoont dat de hoeveelheid antilichamen hoog genoeg is, dan is vaccineren niet zinvol. De vaccinatie slaat dan simpelweg niet aan. Door middel van titerbepalingen kun je zien of het nut heeft om te vaccineren, bij simpelweg vaccineren kun je alleen maar gokken of hopen dat het nut heeft om te vaccineren. Titeren heeft dus voordelen, want meten = weten.


Foto 1: Titerstaaltje van een hond van 8 jaar.

Zij was twee jaar daarvoor voor het laatst gevaccineerd, een jaar geleden was er voor het eerst een titerbepaling gedaan die uitwees dat vaccinatie niet nodig was. De onderste drie stippen zijn significant donkerder dan de bovenste stip, de controlestip. Deze hond beschikt dus over een ruime hoeveelheid antilichamen tegen hepatitis, parvo en distemper/hondenziekte. Met deze waarden zou het zinloos zijn om de hond te vaccineren, en op basis van deze uitslag en de ervaring van de dierenarts is deze hond voor twee jaar vrijgegeven. Dat betekent dat twee jaar na deze titerbepaling gekeken zou moeten worden of vaccinatie tegen die tijd zinvol is.


Foto 2: Titerstaaltje van een volwassen hond van 4 jaar, duidelijk zichtbaar zijn de drie onderste stippen die aantonen dat zij over ruim voldoende antilichamen beschikt en dat vaccineren niet zinvol is. Deze hond was in haar eerste levensjaar gevaccineerd met de grote cocktail, in haar tweede levensjaar alleen met Lepto en daarna op basis van titerbepaling niet meer. Toch blijkt zij over ruim voldoende antilichamen te beschikken. Zou deze hond nu gevaccineerd zijn, dan zou die vaccinatie niet zijn aangeslagen en alleen maar een onnodige belasting voor haar immuunsysteem hebben gevormd. Op basis van ervaring heeft de dierenarts deze hond naar aanleiding van deze titerbepaling voor een jaar vrijgegeven. Dan kan er opnieuw getiterd worden en gekeken worden of vaccinatie zinvol is.

Helaas is het niet mogelijk om te titeren op leptospirose. In tegenstelling tot distemper, parvo en hepatitis is leptospirose namelijk geen virale, maar een bacteriële ziekte. Dan is er nog de rabiës, voor honden die naar het buitenland gaan is dit een verplichte vaccinatie. Er is wel op rabiës te titeren, maar deze zijn in plaats van vaccinatie niet rechtsgeldig, dus in de praktijk gebeurt dat niet.
Uitslagen van titeren worden net als de vaccinaties in het dierpaspoort vermeld en zijn in Nederland gewoon geldig, net als vaccinaties.

Meten = weten, wat betekent dit voor pups?
Ook pups kunnen op maat gevaccineerd worden, en de fokker kan daar al in het nest mee beginnen door de pups op een leeftijd van 6 á 7 weken te laten titeren.
Pups krijgen van hun moeder antilichamen mee via de moedermelk, dit wordt maternale immuniteit genoemd en deze neemt geleidelijk af. In een natuurlijke situatie zou een pup dan daarna ‘in het veld’ in aanraking komen met ziekmakers en op die manier zijn eigen immuniteit opbouwen. Omdat tot voor kort nooit met zekerheid gezegd kon worden wanneer de maternale immuniteit weg was werd en wordt volgens het schema van 6, 9 en 12 weken gevaccineerd. Het was al langer bekend dat vaccinaties niet aanslaan bij afdoende aanwezige antilichamen, en de reden dat pups driemaal gevaccineerd werden/worden is omdat men er vanuit gaat dat dan tenminste één van die vaccinaties aan zal slaan. Door middel van titeren weet je of het zinvol is om al te vaccineren, door volgens het klassieke schema te vaccineren kun je alleen maar gokken dat vaccineren zinvol is. Vaccinatie bij een pup die nog over voldoende maternale immuniteit beschikt heeft geen enkel nut, aangezien de vaccinatie dan niet aanslaat. Op het moment dat de maternale immuniteit dan uiteindelijk weg is zal de pup dus niet langer beschermd zijn. Terwijl de bedoeling van vaccinatie is om een pup goed te beschermen, gebeurt op zo’n moment in feite het tegenovergestelde en is er sprake van schijnveiligheid.

Omdat distemper en hepatitis nauwelijks meer voorkomen wordt de hoeveelheid aanwezige antilichamen tegen parvo vaak als ijkpunt genomen voor het advies om de pup wel of niet te vaccineren. Zou je vaccineren bij een niet langer zichtbare stip voor distemper terwijl de stip die parvo weergeeft nog zo duidelijk zichtbaar is, dan is de pup daarna weliswaar beschermd tegen ziektes die weinig meer voorkomen, maar mogelijk niet tegen parvo, en parvo vormt wel degelijk een reële bedreiging, zeker voor pups!

Om die reden wordt doorgaans geadviseerd om pups pas te vaccineren wanneer de parvostip met waarde 0 of 1, niet of bijna niet meer zichtbaar is. Het kan ook zijn dat de waarden voor distemper en hondenziekte nog op 2 staan terwijl de parvowaarde heel laag is. Dan wordt afhankelijk van de situatie en de infectiedruk in de omgeving van de pup soms ook nog wel gewacht met vaccineren. Als de waarden dan uiteindelijk allemaal zo laag zijn geworden als bij de parvo wordt er gevaccineerd. Vaak wordt na vaccinatie dan ook nog aanbevolen om een paar weken daarna nog een keer te titeren om te kijken of de vaccinatie daadwerkelijk is aangeslagen. Op die manier heb je niet alleen zicht op het nut, maar ook op de effectiviteit van de vaccinatie, want nogmaals: meten is weten!

Het is aan te raden om op zoek te gaan naar een dierenarts die ervaren is met titeren, zeker wanneer je een titerbepaling bij een pup wilt laten doen. Sommige dierenartsen bieden weliswaar de mogelijkheid van titerbepaling aan, maar zijn door onervarenheid in het aflezen van de staaltjes soms wat te voorzichtig in hun prognose en raden dan eigenlijk nog te snel aan om de hond al te vaccineren. Zolang de maternale immuniteit nog niet verdwenen is, is het volstrekt zinloos en zelfs onwenselijk om al te vaccineren en daarom is het goed om op zoek te gaan naar een specialist voor een titerbepaling van de pup.
Titeren is dus het middel dat vaccinatie op maat mogelijk maakt en wij zijn er van overtuigd dat dit de toekomst is en uiteindelijk de norm gaat worden!

Foto 3: Titerstaaltje van een zes weken oude pup, de foto hierboven geeft de titerbepaling van de moeder van deze pup weer. De onderste drie stippen geven weer welke antilichamen de pup van haar moeder heeft meegekregen en ondanks dat de moeder van deze pup drie jaar geleden voor het laatst was gevaccineerd beschikte zij aantoonbaar over ruim voldoende antilichamen en zij gaf haar pups dus ook een uitstekende maternale immuniteit mee. De onderste stip is nog net zichtbaar, maar de parvo is nog erg hoog. Omdat de parvostip het ijkpunt is, was vaccineren nog niet zinvol en werd het advies gegeven om drie weken later opnieuw een titerbepaling te doen.


Foto 4: Titerstaaltje van dezelfde pup, nu drie weken later. Omdat de parvostip nog steeds donker genoeg was, was het ook op de leeftijd van 9 weken niet zinvol om al te vaccineren.
Kortom: er is best veel voor te zeggen om te kijken naar de mogelijkheden van vaccineren op maat.
Voor wie meer wil weten over alle voor- en nadelen van vaccineren en titeren: deze podcast van dierbewust.nl over de beste wijze van vaccineren volgens de nieuwste inzichten is zeer de moeite van het beluisteren waard!

Klik hier om het interview met dierenarts Tannetje Koning te beluisteren

Copyright: Tekstbureau Anna van den Berg

Bron: www.annavandenberg.com