Elleboog Dysplasie

Elleboog-kreupelheid

Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor vijf veel voorkomende elleboogaandoeningen bij honden. Soms komt dit door een trauma, maar vaak is er een erfelijke reden voor dit soort aandoeningen.

De elleboog is het scharniergewricht in de voorpoten. Het gewricht zit tussen het opperarmbeen in de bovenarm en het spaakbeen en de ellepijp in de onderarm. Ter versteviging van dit gewricht is de ellepijp extra lang en heeft een aantal uitstulpingen die in het opperarmbeen scharnieren en het spaakbeen omsluiten.

Deze uitstekende stukjes bot maken het gewricht sterk, maar ook complex. Kleine afwijkingen in de groei van uw hond kunnen daardoor grote gevolgen hebben.


Enkele specifieke oorzaken

Inleiding

Regelmatig zie ik in de praktijk honden met een kreupelheid veroorzaakt door een afwijking in het ellebooggewricht. Enkele van deze afwijkingen zal ik hier nader toelichten. Allereerst is het nodig iets over de anatomie van dit gewricht te zeggen. In het ellebooggewricht bewegen drie botten ten opzichte van elkaar. Het bot van de bovenarm (humerus) scharniert met zowel het spaakbeen (radius) als de ellepijp (ulna). Het spaakbeen en de ellepijp kunnen echter ook nog ten opzichte van elkaar bewegen, zodat het mogelijk is voor de ondervoet om bewegingen naar binnen/buiten te maken. Kreupelheid van het ellebooggewricht zien we meestal al op jonge leeftijd, vanaf 4-12 maanden. De eigenaar meent over het algemeen aanvankelijk dat de pup “zich versprongen” heeft. Als echter na verloop van enige tijd geen verbetering zichtbaar wordt roept men de hulp van een dierenarts in. Deze zal na een lichamelijk onderzoek altijd röntgenfoto’s dienen te maken om een exacte diagnose van de elleboogs-kreupelheid te kunnen geven. Een typische stand voor de hond met elleboogs/schouderkreupelheid is: gestrekt naar voren en van het lichaam af; dit is het zogenaamde “wijzen”.

Bedacht moet worden dat het ellebooggewricht een “zeer gevoelig gewricht” is. Geringe slijtage (arthrose) in dit gewricht geeft vaak sterke blijvende klachten; vandaar reden temeer om een elleboogskreupelheid snel en deskundig te laten behandelen.

Los processus anconeus (ILPA)

Bij de geboorte bevat de ellepijp een groeicentrum van kraakbeen, wat later het processus anconeus vormt. Normaliter vergroeit dit groeicentrum tussen de 14-24 weken met de rest van de ellepijp. Echter met name bij enkele rassen zoals: de Duitse Herder, de St. Bernhard, de Deense Dog, de Basset en de Teckel vindt deze vergroeiing niet plaats. Het PA is dan slechts kraakbenig verbonden aan de ellepijp en kan door een kleine misstap los raken. Vaak komt deze afwijking voor tesamen met de hierna te beschrijven afwijking: Los processus coronoideus medialis, LPCM. In 30% van de gevallen heeft de hond aan beide ellebogen een LPA, Bij reuen komt het LPA 50% meer voor als bij teven. Tot op heden is een directe erfelijke oorzaak bij zowel LPA als LPCM * en OCD niet bewezen. De behandeling van een LPA bij een patient ouder dan vijf maanden is chirurgisch; zo snel mogelijk wordt het LPA uit het gewricht verwijdert; de klachten zullen dan snel verminderen; echter afhankelijk van de mate van slijtage die al in het gewricht opgetreden is zal de hond meer of minder klachtenvrij worden.

Los processus corondoideus medialis (LPCM)

Ook het PCM is in de eerste levensmaanden grotendeels kraakbeen en kan los raken. Met name bij de Duitse Herdershond, de Berner Sennenhond, de Retriever, de Rottweiler en de Bouvier komt dit probleem veelvuldig voor. *: Bij de Rottweiler is de erfelijkheid reeds bewezen door Grondalen cs. in Noordwegen. Bij reuen komt LPCM driemaal zo vaak voor als bij teven. Vaak hebben patienten met LPCM ook OCD, en of LLPA. Bij de meeste patienten beginnen de klachten tussen 3 tot 10 maanden leeftijd. Bij de Duitse Herdershond en de Bouvier beginnen de klachten nogal eens pas na het eerste levensjaar. Ook het LPCM komt regelmatig beiderzijds voor.

De kreupele hond met een LPCM vertoont ook vaak de wijzende stand. De behandeling van deze afwijking is ook chirurgischi zo snel mogelijk wordt het LPCM uit hei gewricht verwijderd om verergering van de slijtage te voorkomen. Vaak al binnen drie weken na de operatie zijn de klachten drastisch verminderd.

Osteochondrosis disseccans (OCD)

OCD is een verstoring in de verbening van het groeiende gewrichtskraakbeen. Deze afwijking komt regelmatig voor bij alle grotere rassen. ACID wordt gezien in schouder-, elleboog-, hak- en kniegewricht. Tijdens de groei van het gewrichtskraakbeen kan het voorkomen dat gedeeltes niet verbenen. Deze gedeeltes blijven dan te dik en erg kwetsbaar. Door een geringe misstap kan zo’n dik stuk kraakbeen los raken. Dit stuk kan dan gedeeltelijk maar ook geheel los raken, en vervolgens los in het gewricht komen te liggen (gewrichtsmuis). Het onderliggende kraakbeen vergroeid echter niet meer met de flap en vult het “gat” ook niet op. Door het nu ontstane onregelmatige gewrichtsop- pervlak onstaat de slijtage. OCD openbaart zich meestal tussen 4-7 maanden leeftijd. Ook hier zien we het probleem het meest bij de reu. Erfelijke faktoren zijn voor het ontstaan van OCD beschreven, maar van milieufaktoren is dit al bewezen. Wetenschappelijk onderzoek, gedaan door dr. H. A. W. Hazewinkel (Kliniek voor Gezelschapsdieren van de Rijksuniversiteit te Utrecht) toont aan dat bij Deense Doggenpups met name bij een te hoog Calciumgehalte (Kalk), zeker in kombinatie met een overdadige voedering, het percentage OCD en de ernst daarvan toeneemt.

OCD in de elleboog komt niet zelden beiderzijds voor. Nog sterker als bij LPA en LPCM kan bij OCD zelfs tijdige akkurate chirurgie niet altijd alle klachten (blijvend) wegnemen.

Enostosis

Enostosis is een skeletaandoening die in met name de “lange botten” voorkomt. Meestal betreffen het honden van de grotere rassen (mn. de Duitse Herdershond) in de leeftijd van 4 tot 12 maanden.

De “ziekte” geneest zichzelf in de loop van het eerste levensjaar; zelden zien we honden ouder dan een jaar met klachten veroorzaakt door enostosis. Met name bij snel groeiende honden met een te rijke voeding met een te hoog calciumgehalte treedt enostosis op. De kreupelheid is over het algemeen wisselend van intensiteit en duur; maar ook de localisatie kan wisselen. Het komt voor dat de kreupelheid eerst rechts voor “zit” en even later rechts achter bijvoorbeeld. De kreupelheid komt ook nogal eens terug na verloop van tijd. De pijn wordt veroorzaakt door een stuwing van de diafysen (dat is dat gedeelte van een lang bot waar ook de mergholtes zitten). De stuwing van de mergholte geeft een reaktie welke zich uit allereerst als een verbindweefseling en later als een verkalking. De diagnose kan nogal eens gesteld worden met lichamelijk onderzoek, nogal eens is ook röntgenonderzoek nodig. De behandeling van enostosis is er op gericht de ontstekingsreaktie en de pijn te onderdrukken. De behandeling kan meestal medicinaal zijn. Ook het dieet moet mogelijk aangepast worden!

Er zijn echter nog meer oorzaken mogelijk bij elleboogs-kreupelheid; frakturen (breuken), ontstekingen, verstuikingen, tumoren, HOD, elleboogincongruentie, ontwrichtingen etc.

Zeker bij elleboogs-kreupelheid is het van het grootste belang om zo snel mogelijk een akkurate diagnose en behandeling te krijgen, om de kansen op een spoedig en met name kompleet herstel zo optimaal mogelijk te maken.

©W S. J Rasenberg, dierenarts te Berkel-Enschot/Tilburg.